Het gras aan de overkant

Een bezoek aan een ‘ruimteviering’ in de St.Aegtenkapel

“Wil je een keer voorgaan in een ruimteviering?”
Ruimteviering? Wat is dat? Nooit van gehoord… 
Maar de naam maakte me nieuwsgierig. De website ook. En toen ik op 17 februari in de 
gelegenheid was zo’n ruimteviering te bezoeken heb ik dat gedaan. Samen met Anje en Levi: 
volgens de informatie op de website mogen kinderen meedoen in de liturgie. Leuk, daar zijn 
we in ‘de Eshof’ immers ook actief mee bezig. Het is goed als kinderen een eigen rol hebben, 
ze horen erbij en dat niet enkel als ‘kind van’.

Door een kraakheldere vrieslucht fietsen we naar Amersfoort. In de foyer van de 
St.Aegtenkapel hangen we onze jassen op en klauteren bibberend naar boven. Gelukkig, daar is 
het warm. In een zonovergoten kapel staan koffie en limonade klaar. Wanneer later de viering 
begint worden de kannen en kopjes weggedragen en dienen de tafels als zitplaatsen.
De ruimtevieringen worden maar één keer per maand gehouden, iedere derde zondag. De sfeer is 
gemoedelijk en vriendelijk. Langs één van de lange zijden is een liturgisch centrum 
ingericht. Er wordt nog geoefend door het ad hoc koor en de muzikanten. Anje heeft al snel 
de tekentafel in de hoek ontdekt en begint haar talenten te botvieren op een vel papier. 
Levi verschalkt een paar suikerklontjes en blijft dicht bij me in de buurt.

Ergens rond kwart voor elf neemt de dirigent het woord. We oefenen enkele liederen: 
vertrouwde klanken van onder meer Löwenthal en Oomen en ook uit het nieuwere repertoire van 
het Nieuw LiedFonds. Ook worden de gebaren bij het gebed om ontferming doorgenomen. Iedereen 
mag meedoen, maar wie liever op een stoel blijft zitten is daarin vrij. Als een opgerolde 
bal liggend op de houten vloer beginnen we; in acht tellen gaan de armen in een boog naar 
buiten en weer naar binnen. Iedere twee maten komt er een beweging bij en zo staan we 
langzaam op, tot de armen geheven zijn naar de hemel.

De viering begint. Met een lichtprocessie: de paaskaars wordt binnengedragen en alle 
kinderen mogen daar achteraan lopen, samen met de voorganger en de voorbereidingsgroep – in 
iedere ruimteviering steeds andere mensen. “Wek mijn zachtheid weer…”, zingen we ingetogen 
terwijl we naar binnen schreiden. Dan maakt de muziek een crescendo, we vormen een kring in 
de ruimte en zingen: “Dit huis is een huis waar de deur open staat…”

Levi en ik voelen ons wel op ons gemak op de vloer van de kapel. Warme zon filtert door de 
glas-in-loodramen. Levi is onder de indruk en dat is prettig, want daardoor is hij heel 
rustig – althans, voor het moment… Het gebed om ontferming is voor mij onverstaanbaar door 
de muziek die erdoor heen klinkt (en er is helaas geen ringleiding), maar enthousiast doen 
we samen alle gebaren mee.
Nog meer beweging volgt wanneer de bijbel naar de lezenaar wordt gedragen, geflankeerd door 
twee toortsen in de vorm van kaarsen op een kandelaar. Zo begeleidden de Romeinen hun 
keizers al en werd het een teken van aanzien. Vervolgens nam kerk het over om te laten zien 
dat de paus net zo belangrijk was als de keizer. Wanneer wij ze gebruiken flankeren ze 
gelukkig niet meer een gezagsdrager, maar God zelf – aanwezig in de Schrift. Helaas wordt er 
daarna niet meer uit de bijbel zelf gelezen, maar van losse blaadjes.

De uitleg is misschien wel het enige echt statische element in de viering. Later hoor ik dat 
in plaats van een uitleg er ook wel andere dingen worden gedaan, zoals een bibliodrama –een 
bijbelverhaal dat wordt uitgespeeld. Gelukkig doet de voorganger hele stukken uit haar hoofd 
die zijn als een gesprek dat ze voert met de kerkgangers. Dat is plezierig, want doordat er 
kinderen rondlopen is het moeilijk de draad van haar verhaal vast te houden.

Op de uitleg volgt stilte. Daarop wordt de bijbel onder begeleiding van de kaarsen 
teruggebracht naar een tafel aan de zijkant in de kapel. En iedereen loopt naar voren om de 
collectemand op de liturgische tafel te vullen. ‘Bewegingen van heen en weer’, staat 
hierboven op de orde van dienst. Ik neem aan dat het niet alleen slaat op het heen en weer 
lopen van mensen. Wat zou de liturgische achtergrond zijn van deze woorden? Ik mijmer over 
het Woord dat naar ons toe komt als brood om van te leven, terwijl wij onszelf symbolisch 
aan God geven in de vorm van onze gaven.

Vanaf het begin is er ook een dopeling in ons midden, een meisje van ongeveer een half jaar 
dat in haar witte doopjurk met wakkere ogen de ruimte in kijkt. Na de uitleg volgt het 
doopritueel. Opnieuw is er veel actie. Na het antwoord op onze eigen doop in de vorm van een 
eigentijdse geloofsbelijdenis stellen haar ouders Eva voor. Dan wordt Eva door de voorganger 
rondgedragen door de kring, zodat iedereen haar goed kan zien. “Willen jullie dat Eva deel 
gaat uitmaken van onze kring?”, vraagt ze. Iedereen antwoordt met applaus en roept: “ja!” En 
we zingen een vrolijk lied op de wijs van ‘Schipper mag ik overvaren?’, waarin de zondvloed, 
de doortocht door de Schelfzee en de doop in de Jordaan worden verbonden met de opstanding 
van Jona uit de walvis en van Jezus uit de dood.

Dan wordt Eva gedoopt. En gezalfd: haar oren, ogen, mond, handen, voeten… dat ze met z’n 
allen haar op de goede weg zullen houden. En ze krijgt een beetje zout op haar tong, met de 
wens dat ze zelf als het zout zal zijn. Nog een keer wordt ze toegezongen. En natuurlijk 
krijgt ze een doopkaars. Het doet me goed om te merken hoe hier helemaal geen doopvragen 
worden gesteld. Gedoopt worden is onvoorwaardelijk. God wil ons allemaal ‘hebben’, daar 
hoeven wij niet eerst zelf iets voor te doen.
Al met al duurt het doopritueel lang – iets te lang voor Levi, die zich intussen niet meer 
zo timide voelt en ontdekt dat je op de houten vloer fantastisch kunt glijden. Gelukkig 
maken we daarna nog een groot web waar hij vol overgave aan meedoet en waar Eva met haar 
ouders en broertje onder mogen gaan staan. De uitleg ervan heb ik gemist, maar valt wel te 
bedenken: Eva en haar gezin worden opgenomen in het web van de hele gemeenschap van 
gelovigen.

Daarna is ruim een uur verstreken en zijn alle kinderen door het dolle heen. Nu volgen de 
gebeden… Eén van de kerkgangers heeft er kennelijk ervaring mee en neemt de kinderen mee 
naar beneden waar ze kunnen rennen in de foyer. Het wordt rustig en stil in de kapel. Wie 
wil kan een naam schrijven op een paars lint en dat in het raster vlechten, dat achter de 
liturgische tafel hangt. Een stuk of zes mensen verwoordt een gebedsintentie voor een 
microfoon die bij het kruis staat. Dan krijgt een van de liturgen een gebedsmantel 
omgehangen en nodigt hij ons uit om hem heen te komen staan. Ieder legt haar rechterhand op 
de linkerschouder van een ander. De gebeden uit het voorbedenboek, de gebeden van de 
kerkgangers en andere gebedsintenties worden door de liturg in de voorbeden verweven.
Het is een bijzondere manier van bidden, misschien wel vooral omdat het bidden zoveel 
fysieke inspanning kost. Ik wil niet het hele gewicht van mijn arm op de schouder van mijn 
buurvrouw laten rusten. Na een tijdje wordt hij loodzwaar. Ook het stil staan vermoeit. 
Tegelijk voelt dat eigenlijk wel goed. Dit past bij bidden; bidden is niet gemakkelijk. Kun 
je eigenlijk wel bidden als je op je gemak in een luie stoel zit? “Onze Vader verborgen…”, 
zingen we tot besluit.

Ook de zegen is beweging en interactie. Nadat de voorganger haar heeft uitgesproken loopt ze 
met geopende handen op iemand af en drukt haar handen tegen die van de ander. Beide lopen 
weer naar een volgend iemand toe en doen hetzelfde. Zo wordt de zegen doorgegeven. Jammer 
dat één keer voldoende is.

En dan… is er koffie? Nee, nog niet. We maken opnieuw een kring, de doopouders en hun 
kinderen in het midden. En we doen een ‘postliturgische polonaise’. “De vissen van de zee 
die horen in het water, ze willen niet naar boven; het droge is hun dood”, zingt de solist. 
Dan roept iedereen: “Maar jij, Eva…” en vervolgt zingend: “Twee maal ben je uit het water 
gehaald, twee maal is je naam voor het eerst genoemd.” Zo gaat het zeven coupletten lang, 
terwijl we nu eens naar links dansen, dan weer naar rechts en naar voren.
De choreografie is gelukkig iets gevarieerder dan het simpele hossen achter elkaar aan. Maar 
ze komt helaas niet helemaal uit de verf. En alwéér een lied voor Eva?! Maar ik kan 
waarderen dat dit hossen ná de zegen plaatsvindt. En het lied zelf is aardig.

Bij de koffie en de limonade worden soesjes en snoep aangeboden. Een feestelijke traktatie, 
vast te danken aan het feest van de doop. En heerlijk wanneer het feitelijk lunchtijd is.
Buiten is de lucht zo’n tien graden opgewarmd, wanneer we rond één uur de terugtocht naar 
Hoevelaken ondernemen.

En… hoe beviel het?
De meeste indruk heeft op mij de combinatie gemaakt: veel ongedwongenheid en veel 
liturgische beweging in een viering waarin er tegelijkertijd een gewijde sfeer was. Heilige, 
zonovergoten stilte, terwijl er ook kinderen rondliepen en geluid maakten. Ik kan me nog 
herinneren hoe ik als kind in de kerk altijd stil moest zitten. Achterom kijken mocht niet, 
achterstevoren in de bank gaan zitten al helemaal niet – want dat zou de heiligheid van de 
kerkdienst verstoren. Dat hoeft dus helemaal niet het geval te zijn, in tegendeel! Schrijd 
achter het licht aan, Jezus volgen doe je immers niet door in je stoel te blijven zitten. 
Loop maar naar voren met je gaven, je ervaart iets van wat het betekent om jezelf aan God te 
geven. Raak elkaar aan bij het bidden en voel de inspanning die dat kost, dan weet je ook 
fysiek dat bidden niet vanzelf gaat. Het was een zondag later in ‘de Eshof’ heel 
vanzelfsprekend om de kinderen aan te moedigen hun gaven in het kerkje op de maquette van de 
‘stad van je dromen’ te gaan doen – al bleef ik zelf (nog) netjes zitten…

Ellie Boot